Ientje toe… de wereld is klein

() • 70 weergaven

De paden op de lanen in, vooruit met flinke pas. Met stralend oog en blijde zin en goed gevulde tas met niks erin. Wie zal ik van ‘t jaar weer eens tegenkomen.

In ‘t olympisch stadion de handen geschud van veel oude voetballers waaronder Eddy Pieter Graafland – oud keeper van Feyenoord. Ik wist niet eens dat die nog leefde, wat een leuke vent. En praatjes. Ik werd overtroefd. Nou ja, dat kan makkelijk. In de volgende ontmoeting gebeurde dat ook een maand geleden.

Op een dag zijn wij, Joke en ik Amsie, op bezoek bij een familielid van ons in het Gereformeerd Vrijgemaakt verpleeghuis De Wijngaard in Zeist. Een prima tehuis voor dementerende mensen met de ziekte van Alzheimer. Heftig zeker.

We zitten in de huiskamer aan tafel, vlak voor het eten, met 6 bewoners, mannen en vrouwen. Het is muisstil.

Dat is voor mij heel moeilijk, want dat ben ik nooit. Komt vaker voor in de familie. Ik kijk stilletjes voor me uit en naar alle anderen. Vragen stellen is heel dom, want antwoorden is heel moeilijk voor deze mensen. Dus het blijft stil.

Er zit een oude man, 89 jaar, tegenover me en die kijkt steeds naar me. Ik wordt er een beetje nerveus van, maar houd me mond. Opeens zegt ie wat en vraagt: waar kom jij vandaan? Uit West-Friesland, zeg ik voorzichtig, Noord-Holland.

Dat laatste was dom van me. Ja dat weet ik wel hoor – zegt ie. Blunder Amsie.

Nou waar dan? Zegt ie. Nou zeg ik deze keer concreet, uit Broek op Langedijk.

Hij gaat rechtop zitten, kijkt me blij aan en zegt: Ik ook!

Ik voel me in de maling genomen en waag er toch even een vraag op. Waar ben je dan geboren? In de Julianastraat zegt ie. Ik schiet bijna in de lach. Woonde je daar? Ja zegt ie, naast Dirk Schoon, de kolenboer. Hoe heet je dan. Kees, zegt ie.

Maar wie ben jij dan? zegt hij nu op zijn beurt. Ik heet Bram Schoon.

Dat kan niet want die kolenboer is allang overleden. Van wie ben jij dan? is zijn volgende vraag. Nou van Simon. Oh van die groenteboer van P.

Deed je ook aan sport? Ja, ik voetbalde bij BOL net na de oorlog. Ik zit nog steeds met verbazing naar ‘m te kijken. Het kwartje valt.

Opeens komt er een medewerkster binnen met een lijst voor de maaltijden en leest voor wat ze heeft voor de bewoners. En ze zegt tegen Kees: meneer Verheus, wat wilt u. Oh meissie doe maar wat, ik lust alles. Ze lacht en wij uiteraard ook. Kees Verheus dus. Er gaat een lampje branden. Ah ha nou snap ik ‘t. Dus je bent een broer van Jaap Verheus. Ja, dat klopt zegt Kees, die voetbalt ook nog. Nou ja, voetbalt? bij BOL.

Hij woont daar ook nog steeds. Jaap, wonende op het Manjoeroplantsoen, was betrokken bij de oprichting van BOL in 1949 en heeft gevoetbald bij BOL tot 1970 en is nog steeds actief geïnteresseerd in de wedstrijden van BOL. Jaap, (heb ik intussen gesproken) vindt dit ook heel bijzonder van en voor Kees.

Hé meissie zegt Kees, geef die mensen ook wat te eten he. Wij lachen.

Nou Kees, de wereld is toch klein he. Ja zegt Kees, die wordt al kleiner.

Ze gaan eten, Kees gaat voor in gebed. Dat doet hij altijd, ook aan ‘t eind. Wij verlaten de eetkamer. Ik geef Kees een klopje op zijn schouder. Smakelijk eten he allemaal. Kees ik zal de groeten doen aan Jaap je broer.

Wie ben jij dan? vraagt ie. Ik ben Amsie, die Bram van BOL. Die bestaat niet zegt Kees. Nee dat is zo Kees, dat klopt. Eetse he, oh ja proost straks… Ientje toe!

Amsie (22-8-2016)